Meditatie, 3 april

Toch ziet u de pijn en het verdriet,
u merkt het op en weegt het in uw hand.
Psalm 10:14

Je kunt je behoorlijk machteloos voelen, deze weken. Als je hoort over de ellende in Italië, in Amerika, hier in Nederland. Als je ’s morgens vroeg nu.nl checkt, als je de krant leest, als je naar het journaal kijkt, en naar het zoveelste actualiteitenprogramma. Machteloos ben je, tegen deze onzichtbare vijand, tegen dit microscopisch kleine virus dat zo dodelijk blijkt te zijn. Je wordt iedere dag weer met je neus op de feiten gedrukt: wat zijn we weerloos als mensen.
Het is eigenlijk te veel om te dragen, en wat dat betreft is het volgens mij een goed advies om niet meer dan twee keer per dag te checken hoe het er voor staat.
In deze tijd kan de gedachte je overvallen: bestaat God eigenlijk wel? Bekommert God wel eigenlijk om deze wereld, om de mensen van wie ik houd, om mij?

Duw die vragen niet weg, zegt de schrijver van deze psalm. Stel ze aan God. Vertel hem wat er speelt in je leven, wat je denkt en voelt. Zeg het maar gewoon. Gooi het hem voor de voeten, want hij kan het aan. ‘Heer, hebt u wel door wat er hier gebeurt? Of kijkt u gewoon de andere kant op? Dit virus, Heer, dat zoveel levens eist. De angst van zoveel mensen. De eenzaamheid.’

Hier is geen supergelovige aan het woord, maar een twijfelaar. Iemand die zich serieus afvraagt of God er wel is. Of hij wel ziet wat er gebeurt. Maar die er uiteindelijk achter komt: God was er al die tijd, ook toen ik niks van hem zag. Hij ziet de pijn en het verdriet van de mensen die hij gemaakt heeft. Hij ziet alle ellende, hij ziet dit virus dat over de wereld gaat. Vóór ik alle pijn, alle verdriet en ongerustheid in zijn handen leg, heeft hij het al in zijn handen genomen. Hij ziet mijn tranen, hij voelt mijn wanhoop. Hij weet hoe zwaar het is.
Hij is er voor me. Hij geeft me kracht.

Gebed: Heer, ik leg mijn vragen aan u voor. Ik dank u dat u luistert. Geef dat ik uw kracht en nabijheid mag ervaren.

Corien Oranje