Sacramenten

De protestantse kerken kennen twee zogenoemde sacramenten: de doop en het avondmaal. Dat zijn gewijde gebeurtenissen, waaraan een betekenis is verbonden. Ze maken iets waarneembaar van wat God met mensen doet.

Avondmaal
De maaltijd van de Heer, ook wel  genoemd het Heilig Avondmaal, is een gedachtenismaaltijd. De kerk gedenkt het lijden en sterven van Jezus als bron van kracht en vreugde voor het leven van elke dag.

Jezus zelf heeft deze maaltijd voor zijn volgelingen ingesteld, toen hij met zijn leerlingen de Paschamaaltijd vierde. Pascha is het joodse feest ter herdenking van de uittocht uit de slavernij in Egypte. Die vormde het begin van een lange tocht door de woestijn naar het beloofde land.
In Jezus’ lijden en sterven is de overwinning op de machten van het kwaad definitief geworden.

De dood van Jezus aan het kruis heeft in het christelijk geloof een verzoenende betekenis. Door het offer van zijn leven bracht Jezus verzoening tussen God en mensen. Die verzoening werkt door in alle menselijke relaties. Christenen leven en laten leven van genade.

Was in de eerste christelijke gemeenschappen het avondmaal nog onderdeel van een volledige gezamenlijke maaltijd, in de loop van de tijd is de viering gereduceerd tot het eten van een enkel stukje brood en het drinken van een slokje wijn.
Het stukje brood staat voor het in de dood gebroken lichaam van Christus. Zoals brood krachtvoer is in ons dagelijks leven, is Jezus‘ offer van zijn leven krachtbron voor zijn volgelingen om het in het leven vol te houden tot de Heer komt met vrede op aarde.
Het slokje wijn staat voor het in de dood vergoten bloed (=leven) van Christus. Zoals wijn het hart verheugt, is de dood van Jezus bron van vreugde als voorproefje van de grote vreugde van de vrede op aarde die komen gaat.

Een ieder die de Heer van harte lief heeft, is welkom om met ons de de maaltijd van de Heer te vieren. Ook kinderen zijn daarbij van harte uitgenodigd.

Doop
Doorgaans worden in de Tehuisgemeente de kleine kinderen gedoopt, enkele weken na de geboorte. Dat gebeurt op grond van het geloof van (één van) de ouders. Zij krijgen enkele vragen te beantwoorden over hun geloof en hun bedoeling rond de opvoeding van hun kind.
De eigenlijke basis voor de doop is echter niet iets dat in de dopeling of diens ouders is gelegen, maar louter en alleen Gods liefde voor zijn mensen, de generaties door. De doop is een daad van God op basis van het geloof van mensen.

Wat wordt er gedaan bij de doop?
Bij de doop wordt water over het hoofd van de dopeling gesprenkeld. Dat is uit praktische overwegingen, want eigenlijk gaat het om een volledige onderdompeling in het water. De dopeling gaat kopje onder, hij ‘verdrinkt’, maar wordt gered en komt weer boven water op het droge.
Dat gaan door het water heen symboliseert drie dingen.
Het staat om te beginnen voor onze natuurlijke geboorte. Door het vruchtwater heen worden we geboren. Onontkoombaar wordt een mens geboren in een kwetsbaar, bedreigd bestaan, waar kwade machten veel te zeggen hebben. Er kan dan ook veel mis gaan er gaat ook veel mis. Er wordt mis-gedacht, mis-gezegd en mis-gedaan door mensen. Geen mens ontsnapt daaraan, dan alleen door de dood. In geloofsperspectief is de dood dan ook Gods straf op alles wat mis is in ons schuldige bestaan.
Maar omdat God trouw is aan zijn schepping en zijn schepselen, is Hij op redding uit van al van leeft. Om mensen te redden moet de dood overwonnen worden. En dat lukt geen mens op eigen kracht. Wij hebben genoeg aan onze eigen schuld.
Daarom heeft God een nieuwe mens geschapen. Jezus werd geboren uit het geloof van Maria en de kracht van God. Op Hem hadden de machten van het kwaad geen vat. Hij weerstond ze met liefde. Dat konden de mensen om hem heen niet hebben en ze lieten Hem doodmartelen aan een kruis. Jezus reageerde ook toen met liefde. Hij bad voor zijn beulen. Het kwaad kon tegen zijn liefde niet op. En dus kon de dood Jezus niet vast houden. Hij stond op uit de dood. Ook dat zien we bij de doop gebeuren: Jezus die kopje onder gaat in het water van de dood, maar weer boven komt. Veilig aan de andere oever in een bestaan dat niet meer stuk kan. De dopeling gaat achter Jezus aan door het water heen een nieuw en onkwetsbaar leven in.
Daarom is gedoopt worden met water ook als het nemen van een bad. Schoongewassen worden van al het kwaad dat een mens van nature aankleeft. Daar vrij van worden.
Tenslotte is het doopwater dan het vruchtwater van het nieuwe leven. Als een herboren mens komt de dopeling in het spoor van Jezus boven water. Door de dood heen een nieuw leven binnen, dat niet meer stuk kan en waarin we van Jezus leren wat een goed leven is.

Wat wordt er gezegd bij de doop?
Bij de doop klinken de namen van de dopeling en van God in één adem. De voorganger noemt de naam van de dopeling en zegt dan: ‘Ik doop (= onderdompelen) je in de naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest.’
In de tijd van de bijbel was iemand naam heel diens bestaan geconcentreerd. Je naam was je faam. Door het noemen van de naam van God tegelijk met die van de dopeling wordt een diepe verbondenheid uitgedrukt tussen de naam en de faam van God en de dopeling. Wat God heeft gedaan door zijn Zoon als mens geboren te laten worden, te laten lijden, sterven en opstaan uit de dood geldt daarom ook voor de dopeling. Die gaat in Gods naam de weg van Jezus.
Als in de tijd van de bijbel iets of iemand van eigenaar veranderde werd daarover de naam van de nieuwe eigenaar uitgeroepen. Zo betekent het uitroepen van de naam van de drie-enige God over de dopeling, dat hij het eigendom wordt van de God. Het bestaan van de dopeling komt voor rekening en verantwoordelijkheid van de drie-enige God.
God de Vader is de schepper van de dopeling.
God de Zoon is zijn Redder.
God de Heilige Geest beïnvloedt de geest van de dopeling, zo dat die steeds meer als Jezus gaat leven.

Doopstuk4